DE WET

 

 

Nederland kenmerkt zich door haar bijzondere samenstelling; het is één van de dichtstbevolkte landen ter wereld, het heeft in relatie tot haar oppervlak de meest intensieve landbouw ter wereld en kent een zeer dichte infrastructuur. Dit in combinatie met de maatschappelijke wens voor veel en kwalitatief mooie natuur leidt tot conflicten. Dieren worden dan veelal als boosdoeners gezien.

Dergelijke conflicten uiten zich bijvoorbeeld in het aantal wild-aanrijdingen, in Noord-Holland vinden er weer ieder jaar veel aanrijdingen plaats met grotere zoogdieren (o.a. herten, reeën) en vraat en andere schade aan landbouwgewassen. Landelijk wordt jaarlijks tussen de 15 en 20 miljoen euro aan tegemoetkomingen in deze faunaschade uitgekeerd. Voor Noord-Holland bedraagt dit ca. vijf miljoen euro per jaar.

Door de wetgever zijn 10 belangen in de Wet opgenomen, die kunnen worden geschaad. De wetgever stelt daarbij wel, dat voordat ten aanzien van bepaalde diersoorten handelingen worden verricht, alles naar redelijkheid is gedaan om schade te voorkomen. In de Flora en faunawet wordt dit uitgelegd als: Nee, tenzij……  
Wanneer schade niet is te voorkomen door verjaging en het weren van diersoorten in relatie tot het belang wat geschaad wordt, dan kan het voorkomen dat dieren moeten worden weggenomen. Vaak gebeurt dit door afschot, omdat vangen en verplaatsen in veel gevallen ook het verplaatsen van het probleem is.
Hierbij wordt wel weer gekeken wat verantwoord is. Het onbeperkt doden van dieren zonder reden is dan ook niet toegestaan. Om dit goed te kunnen beoordelen en te verantwoorden wordt er gemonitord. Dit betekent dat jaarlijks wordt bekeken wat de ontwikkelingen van bepaalde dierpopulaties zijn.
Deze gegevens worden uitgewerkt in de Faunabeheerplannen. 
Alle handelingen vinden plaats op basis van de door de faunabeheereenheid opgestelde en door G.S. goedgekeurde Faunabeheerplannen. 

 

UITVOERING

Voor het verontrusten of doden van in het wild levende dieren is toestemming nodig van het ministerie van Economische zaken of van de provincie. Dit gebeurt via vrijstellingen, ontheffingen en aanwijzingen. De inzet van deze maatregelen zijn in veel gevallen in de Faunabeheerplannen opgenomen.

 

VRIJSTELLING

  • Landelijke vrijstelling

Artikel 65 van de Ff-wet geeft aan dat de Canadese gans, de houtduif, het konijn, de kauw, de vos en de zwarte kraai bij (dreigende) belangrijke schade in heel Nederland ver- en bejaagd mogen worden. De lijst kan door het ministerie van Economische Zaken worden beperkt of uitgebreid. 

  • Provinciale vrijstelling

De provincie kan daar diersoorten aan toevoegen die mogen worden verjaagd en eventueel bejaagd. Aan een vrijstelling hangen wel voorwaarden. Zo mag dat alleen in het werkgebied van een WBE en moet de jager minimaal 40 hectare grond beheren (geregeld via jachthuurovereenkomsten en/of grondgebruikersverklaringen).

ONTHEFFING

De provincie kan ontheffing verlenen aan de Faunabeheereenheid voor het (ver)jagen van beschermde diersoorten. De FBE machtigt vervolgens de WBE of de grondgebruiker resp. uitvoerder. Deze ontheffing wordt sowieso uitgegeven voor diersoorten die structureel voor schade zorgen of waarvan de populatie beheerd moet worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor grauwe ganzen (vanwege de grote aantallen). Deze structurele ontheffingen worden gegeven op basis van een faunabeheerplan per diersoort met analyse van probleem en onderbouwing (eventueel schadecijfers) voor de te nemen beheermaatregelen.

Ook grondgebruikers (eigenaren of pachters) kunnen bij dreigende schade een ontheffing aanvragen. Meestal verloopt dat via de jager en de FBE via het Fauna Registratie Systeem (FRS). Voor diersoorten waarvoor op voorhand geen ontheffing beschikbaar is, kunnen grondgebruikers een individuele ontheffing vragen. In Noord-Holland kunt u daarvoor terecht bij de Regionale uitvoeringsdienst RUD NHN meer informatie hierover kunt u hier vinden. Er moet dan wel al schade zijn opgetreden of sprake zijn van dreigende belangrijke schade.   

 

 

AANWIJZING

Gedeputeerde Staten kunnen (groepen van) mensen aanwijzen om de stand van bepaalde diersoorten te beperken. Dit gebeurt normaal gesproken vanwege volksgezondheid of voorkoming van schade. De aanwijzing wordt bijvoorbeeld ingezet om aangereden wilde dieren uit hun lijden te verlossen of niet-inheemse diersoorten (exoten) te bestrijden.

 

INVOERING WET NATUURBESCHERMING

Vanaf 1 januari 2017 is in Nederland de nieuwe Wet natuurbescherming van kracht. De Provincie Noord-Holland heeft nieuwe verordeningen opgesteld die hieraan op provinciaal niveau invulling geven. Dat geeft aanleiding tot veranderingen in het provinciaal beleid en is aanleiding voor veranderingen in de uitvoering van het faunabeheer in onze provincie. De FBE wil u met het document Uitvoeringsregels Wet natuurbescherming op de hoogte stellen. Wij hebben ons uiterste best gedaan om een en ander zo zorgvuldig mogelijk voor u op een rij te zetten. Aan de inhoud van deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend. Deze kunnen nog wijzigen.

 

De Flora- en faunawet is per 1 januari 2017 overgegaan in de Wet natuurbescherming. Regelgeving is veranderd; het is ook verplicht de tel- en afschotgegevens van de 5 jachtwildsoorten (fazant, houtduif, wilde eend, haas en konijn) te registreren