<

DOSSIER SCHIPHOL

 

DOSSIER: GANZENBEHEER RONDOM SCHIPHOL


Speciaal voor het gebied rondom de luchthaven Schiphol beschikt de FBE over een ‘Faunabeheerplan ganzen omgeving Schiphol’. Het belang van de vliegverkeersveiligheid staat daarbij voorop. Dit biedt de FBE de mogelijkheid om gericht op te treden ter voorkoming van aanvaringen tussen ganzen en vliegtuigen.

Op deze website pagina treft u verschillende achtergrondstukken aan waarmee de FBE u zicht wil bieden op de stand van zaken in dit dossier. In de jaarverslagen van de Faunabeheereenheid treft u de jaarlijkse rapportages aan m.b.t. de resultaten van het gevoerde beheer rondom Schiphol. Ganzenbeheer onderdeel van viersporenbeleid. Om de kans op incidenten met ganzen en vliegtuigen te verkleinen heeft de FBE een ganzenbeheerplan Schiphol 2013-2018 opgesteld. Dit FBP ‘Ganzenbeheerplan omgeving Schiphol loopt tot 1 april 2018. Dit ganzenbeheerplan is één van activiteiten die in het kader van de< Nederlandse Regiegroep Vogelaanvaringen (NRV)* wordt ingezet en brede steun heeft verkregen.

Binnen het NRV wordt een viersporenbeleid voorgestaan: (1) het (radar-)techniek spoor, (2) het ruimtelijke ordening spoor: geen aanleg van nieuwe broed- en rustgebieden, (3) het populatiebeheer spoor: de invulling hiervan vindt plaats d.m.v. het Faunabeheerplan, het tot slot (4) het spoor om de foerageermogelijkheden te beperken: onderwerken van oogstresten op landbouwgronden. * De Nederlandse Regiegroep Vogelaanvaringen (NRV) bestaat uit het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers, Schiphol Nederland b.v., Vereniging Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, LTO Nederland, Gemeente Haarlemmermeer, Provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht.  

 

 

 

 

02 April 2013

Ganzenbeheerplan omgeving Schiphol

Dit plan is gemaakt om het aanvaringsrisico tussen ganzen en vliegtuigen tot een minimum te beperken. Op basis van dit plan zullen door de FBE ontheffingen bij Gedeputeerde Staten van de provincie Noord Holland aangevraagd worden t.b.v. het beheer van de in het plan genoemde ganzen. Op basis van deze ontheffingen kan de FBE machtigingen verlenen aan degenen die de uitvoering van de in het plan genoemde maatregelen ter hand zullen nemen.

Hieronder treft u samenvattend de kern van de zaak aan. Tevens zijn, onder aan deze pagina, als downloads beschikbaar:

Onderstaande Kerntekst m.b.t. werkwijze en uitvoering, de Samenvatting van het plan en de plankaart en het plan zelf: Ganzenbeheerplan omgeving Schiphol. Dit Faunabeheerplan is onderdeel van een aanpak om het aanvaringsrisico tussen vliegtuigen en ganzen te verminderen. Het plan vormt de uitwerking van een van de vier pijlers die moeten bijdragen om de vliegveiligheid rond Schiphol te verbeteren. Het plangebied heeft een buitengrens op 20 km van de luchthaven. De looptijd van het plan is vijf jaar. Voor de uitvoering is gekozen voor een zonering en fasering. Aangezien de kans op aanvaringen tussen vliegtuigen en ganzen zich feitelijk voordoet in het gebied binnen 10 km van de luchthaven is voor dit gebied gekozen om in de eerste drie jaar alle middelen (nestbehandeling, afschot en vangacties) in te zetten om tot een reductie van het aantal ganzen te komen. In de zone van 10 tot 20 km is dit maatwerk. Monitoring moet duidelijk maken wat de effecten zijn van de maatregelen in de vier pijlers. Na drie jaar vindt een evaluatie plaats en wordt bepaald of opschaling noodzakelijk binnen het hele begrensde gebied.

De kern van de zaak: keuze werkwijze en uitvoering

Om het doel te kunnen bereiken zal de komende jaren een aanzienlijk verhoogde inspanning worden gevraagd. Dit vergt een bewuste keuze in het beheer en passende uitvoering. Dit plan kent een zonering en fasering ten aanzien van de gebieden waarin en wanneer de voorgestelde maatregelen zullen worden uitgevoerd. In de zone van grofweg 10 km rond de luchthaven zullen alle maatregelen (nest behandeling, afschot en vangacties) worden toegepast. In de zone van 10-20 km is dit maatwerk. Monitoring moet duidelijk maken wat de effecten zijn van de maatregelen binnen alle 4 de pijlers zijn. Na drie jaar vindt evaluatie (mede gestoeld op een afname van aanvaringen en risicovolle vliegbewegingen, door de afname van het aantal ganzen) plaats en wordt bekeken of aanpassing van het plan noodzakelijk is.

Dit faunabeheerplan is de uitwerking van een van de vier pijlers die er gezamenlijk toe moeten bijdragen dat het risico op aanvaringen tussen vliegtuigen en ganzen rondom Schiphol wordt geminimaliseerd. Dit plan kent een zonering en fasering ten aanzien van de zones waarin de voorgestelde maatregelen zullen worden uitgevoerd. In de zone van grofweg 10 km rond de luchthaven zullen alle maatregelen (nestbehandeling, afschot en vangacties) worden toegepast. In de zone van 10-20 km is dit maatwerk en gericht op de voor het vliegverkeer risicovolle ganzen(-populaties). Gericht op o.a. vermindering van de crossings- en het aanvaringsrisico. Het effect van deze maatregelen wordt gemonitord en na drie jaar geëvalueerd en zal bepalend zijn voor eventuele uitbreiding van de inzet van maatregelen. De keuze van de locaties (en dus de afstand tot de luchthaven) van de ingrepen worden nadrukkelijk bepaald door de aanwezigheid van ganzen die op enige moment in het jaar een risico voor het vliegverkeer kunnen vormen. Het grootste risico op aanvaringen tussen ganzen en vliegtuigen doet zich voor in de zogenaamde funnels rond de startbanen en beneden de 500 m boven de grond. Grofweg gaat het hierbij om een zone van 10 km rond de luchthaven waarin groepen ganzen aanwezig zijn die regelmatig vliegen van foerageerplaatsen naar (nacht)verblijfplaatsen en daarbij funnels kruisen. Het terugbrengen van de populatie ganzen in dit risicogebied is de eerste prioriteit van dit plan. In dit plan wordt echter een zone van 20 km begrensd omdat de verwachting is dat zodra de stand binnen de 10 km zone door de voorgenomen maatregelen zal afnemen, dit gebied weer gekoloniseerd zal worden door ganzen uit de omringende gebieden. Tevens is gebleken dat het merendeel van de vangsten in 2012 (en daarmee voor vangen geschikte ruiplekken/vanglocaties) in de 10 tot 20 km zone zijn gelegen. Door ook in het gebied van 10 - 20 km in de populatie in te grijpen wordt de kolonisatie vertraagd, de groei van de populatie beperkt, de dichtheid verlaagd en extra vliegbewegingen voorkomen en blijft het probleem in het werkingsgebied beheersbaar. Daarom is het nodig in te kunnen grijpen in ganzen(-populaties) buiten de 10 km zone als er duidelijke aanwijzingen zijn dat die ganzen door hun vlieggedrag een verhoogd risico vormen voor het vliegverkeer (waaronder baankruisingen).

Dit faunabeheerplan geeft het kader voor de werkwijze en de uitvoering. Hiertoe is een uitvoeringsprotocol gemaakt en worden (bottum-up) uitvoeringsafspraken (bijvoorbeeld door middel van een uitvoeringsovereenkomst) gemaakt tussen de FBE en de uitvoerders van dit beleid (WBE’s, terrein beherende organisaties (TBO’s) (recreatie en natuur), e.a. betrokkenen). Hierbij wordt via maatwerk bepaald waar en wanneer er uitvoering wordt gegeven aan de uitvoeringsmaatregelen, zoals voorgesteld in dit plan en het uitvoeringsprotocol. Een essentieel onderdeel van dit plan is een gedegen monitoring van de ganzen, hun aantallen, foerageer- en rustplaatsen en hun gedrag binnen het plangebied met als doel beter inzicht te krijgen hoe de risico’s op baankruisingen geminimaliseerd (kunnen) worden.

Na drie jaar vindt een evaluatie plaats op basis van de gegevens van deze monitoring en die vanuit de andere pijlers verzamelde gegevens aangaande het minimaliseren van het aanvaringsrisico en zal worden bepaald of de maatregelen en/of het werkingsgebied van het FBP gewijzigd zouden moeten worden.

Hieronder treft u aan als downloads:

 

Kerntekst m.b.t. werkwijze en uitvoering

Samenvatting van het plan

Kaart plangebied

Ganzenbeheerplan omgeving Schiphol (dit is een groot bestand, daarom kan het laden tot enkele minuten tijd in beslag nemen)